Home Scouting Bladel EHBO en Veiligheid

Eerste Hulp en Veiligheid

Het Steunpunt Scouting Nederland heeft een document samengesteld voor de EHBO in de scoutingpraktijk.

"Tips voor eerste hulp" is een boekje waarin de meest voorkomende ongelukjes behandeld worden en hoe deze te verzorgen. Hieronder de tekst daarvan:

Tips voor eerste hulp

(Bron: Red Cross) 

Wat moet je doen bij elk ongeval?

  1. Benader de situatie en zorg voor de veiligheid
    • Ga na wat er gebeurd is en wat de gevaren zijn voor jezelf, het slachtoffer en de omstanders
    • Zorg voor de veiligheid: indien je alleen bent met het slachtoffer, roep dan onmiddellijk hulp in

  2. Benader het slachtoffer en controleer de vitale functies
    • Ga na in welke toestand het slachtoffer zich bevindt
    • Controleer daarbij steeds de vitale functies (het bewustzijn, de ademhaling, de bloedcirculatie) en zorg voor vrije luchtwegen

i. Controleer het bewustzijn

1. Ga na of het slachtoffer bewust is of bewusteloos: praat met het slachtoffer (stel eenvoudig vragen, zoals: 'Hoe heet je?'), klop zachtjes op de schouder van het slachtoffer, klap in de handen boven het hoofd van het slachtoffer

2. Reageert het slachtoffer niet op deze prikkels, dan mag je besluiten dat het bewusteloos is

ii. Zorg voor vrije luchtwegen

1. Maak knellende kleren los

2. Controleer de mond en verwijder vreemde voorwerpen

3. Breng het hoof in hyperstrekking en kinlift

iii. Controleer de ademhaling

1. Controller de ademhaling door gedurende een vijftal seconden te kijken, te luisteren en te voelen of het slachtoffer nog ademt. Kijk of de borstkas op en neer gaat.

2. Indien het slachtoffer nog ademt, ga dan na of de ademhaling snel, normaal of langzaam verloopt.

3. Indien het slachtoffer niet meer ademt, beadem het dan onmiddellijk.

iv. Controleer de bloedcirculatie

1. Controleer de bloedcirculatie door gedurende 5-10 seconden na te gaan of het slachtoffer nog hartslag heeft

a. Ter hoogte van de halsslagader: plaats je wijs- en middenvinger boven het strottenhoofd, laat de vingers glijden tot in de holte tussen het strottenhoofd en de spiermassa, duw de halsslagader zachtjes in de richting van de wervelkolom

b. Ter hoogte van de polsslagader: plaats je wijs- en middenvinger in het midden van de pols, glijd af in de richting van de duim tot je als het ware een holte voelt, in de holte loopt de polsslagader

2. Indien het slachtoffer nog hartslag heeft, ga dan na of de hartslag snel, normaal of traag verloopt

3. Indien het slachtoffer geen hartslag heeft, dan moet je reanimeren

  1. Alarmeer
    • Ofwel alarmeer je zelf ofwel stuur je iemand voor de alarmering
    • Vermeld bij de alarmering steeds:

i. Wat er is gebeurd en wat de gevaren zijn

ii. Waar de hulpdiensten juist worden verwacht

iii. Wie de slachtoffer(s) zijn en in welke toestand ze zich bevinden

  1. Verleen verder hulp
    • Verleen na de alarmering gepaste eerste hulp, tot aan de komst van gespecialiseerde hulp
    • Controleer geregeld de vitale functies: bewustzijn, ademhaling en bloedcirculatie
    • Vermeld jouw bevindingen bij de komst van gespecialiseerde hulp
    • Handel volgens de basisregels van de eerste hulp:

i. Praat met het slachtoffer

ii. Luister naar het slachtoffer

iii. Blijf bij het slachtoffer

iv. Verplaats het slachtoffer nooit, behalve bij gevaar

v. Laat het slachtoffer zo weinig mogelijk inspanningen doen

vi. Bezorg het slachtoffer geen extra pijn

vii. Bescherm het slachtoffer tegen extreme temperaturen

viii. Geef het slachtoffer nooit te drinken of te eten

Flauwte
Flauwte is een kortstondig, plots bewustzijnsverlies als gevolg van zuurstoftekort in de hersenen. Flauwte wordt ook wel eens 'syncope' genoemd.

  • Het slachtoffer voelt zich zwak en onwel
  • Hij of zij ziet zwarte vlekken voor de ogen
  • Hij of zij wordt plots bleek, begint te zweten en valt neer
  • Hij of zij voelt koud aan

Eerste hulp bij flauwte

  • Leg het slachtoffer op de rug
  • Controleer de vitale functies en zorg voor vrije ademhalingswegen
  • Breng de benen iets hoger dan de rest van het lichaam
  • Maak de knellende kleding los en leg eventueel koude kompressen (een vochtig washandje...) op het voorhoofd en/of in de nek
  • Laat het slachtoffer geleidelijk rechtop zitten wanneer het bijkomt


Neusbloeding

  • Het is belangrijk dat een neusbloeding zo snel mogelijk stopt.
  • Vraag het slachtoffer te gaan zitten en laat het hoofd naar voor buigen
  • Knijp de neus 10 minuten lang dicht
  • Indien de bloeding na 10 minuten niet is gestelpt, raadpleeg dan een arts

Erge bloeding

Je ziet dat iemand veel bloed verliest. Dit betekent dat een ader of slagader beschadigd is. Dit kan gebeuren wanneer iemand zich ernstig heeft gesneden, wanneer iemands lichaamsdeel afgerukt is, wanneer iemand een lidmaat heeft gebroken.

  • Blijf rustig
  • Vraag wat er gebeurd is
  • Laat het slachtoffer zitten of liggen om te voorkomen dat hij of zij flauwvalt
  • Breng het bloedend lichaamsdeel omhoog. Doe dit niet als het lichaamsdeel gebroken is of als het een bloeding is aan de hals
  • Leg snel een steriel gaasdoekje of een zuivere zakdoek op de wonde en druk erop. Leg hierop een drukkend verband, bij voorbeeld met een zwachtel
  • Haal hulp.

Probeer steeds snel en zo proper mogelijk te werken. Gebruik steeds zuiver materiaal. Indien mogelijk draag je steriele handschoenen.

Schaafwonden

Een schaafwond is meestal vuil, je ziet stippeltjes bloed en de afgeschaafde velletjes in de wond. Een schaafwond doet pijn.

  • Laat het slachtoffer zitten
  • Vraag wat er gebeurd is
  • Was je handen met proper water en zeep en droog ze goed af
  • Was de wond uit met een washandje, schoon water en zeep: eerst de plaats rond de wond, dan was je het vuil van binnen naar buiten uit de wond
  • Ontsmet de wond
  • Blaas NOOIT in de wond
  • Dek de wond steriel af met een wondpleister of een steriel gaasdoekje dat je vastkleeft met kleefpleisters
  • Bij grote of diepe wonden een arts raadplegen.

Praat steeds met het slachtoffer. Vraag of hij/zij een inspuiting tegen klem (tetanus) heeft gehad.

Snijwonden

Als je je snijdt met een scherp voorwerp, dan heb je een snijwond. Een snijwond doet minder pijn dan een schaafwond. Een snijwond bloedt meestal erg.

  • Als de snijwond heel erg bloedt, dan doe je hetzelfde als bij een erge bloeding
  • Druppelt het bloed uit de wonde of is het bloeden gestopt, dan doe je hetzelfde als bij een schaafwond
  • Bij diepe snijwonden een arts raadplegen.

Brandwonden

Wanneer iemand zich verbrandt, ziet de huid rood. Soms staan er blaren op. Een brandwond doet heel veel pijn. Een brandwond kan heel ernstig zijn. Dit hangt af van:

  • de oorzaak (warmte, producten)
  • hoe groot de brandwond is;
  • hoe oud het slachtoffer is (bij ouderen en kinderen is een brandwond gevaarlijker);
  • de diepte (hoe dieper je huid is ingebrand, hoe meer er is beschadigd);
  • de plaats van de brandwond (in het gezicht is erger dan op een voet);
  • of er nog andere wonden zijn.

EERST WATER, DE REST KOMT LATER!

  1. Houd het verbrande lichaamsdeel onder koel, (niet ijskoud) stromend water. Doe dit 15 minuten.
  2. Vraag wat er gebeurd is.
  3. Dek de wond steriel af met een driehoeksverband.
  4. Bij ernstige en grote brandwonden, een arts raadplegen.

Verstuiking

Uit de omstandigheden van het ongeval (sportongeval, huiselijk ongeval, het 'omslaan' van de voet) is het meestal onmiddellijk duidelijk dat het om een verstuiking gaat. Het gekwetste lichaamsdeel doet pijn en zwelt snel op; er is steeds een verminderde bruikbaarheid van het getroffen gewricht.

  • Laat het slachtoffer zitten.
  • Vraag wat er gebeurd is.
  • Koel het verstuikte lichaamsdeel 10 minuten met koud water. Je kan ook een washandje gevuld met ijsblokjes gebruiken. De zwelling vermindert en de verstuiking doet minder pijn.
  • Leg een kruisverband aan. Dit geeft veel steun.
  • Indien het slachtoffer niet kan lopen, raadpleeg dan een arts.

Laat een verstuikte voet op een stoel of bank rusten.

Insectensteken

Bij insectensteken ontstaat een klein wondje waarlangs een stof in de huid wordt gebracht. Hierop kan het lichaam snel en hevig reageren met plaatselijke zwelling, roodheid, pijn, jeuk. Deze reactie is in de meeste gevallen ongevaarlijk, maar waakzaamheid is geboden.

  • Beperk de zwelling en de pijn door afkoeling.
  • Door gebruik van poeders of zalven kan je de jeuk tegengaan (vragen bij de apotheker).
  • Raadpleeg een arts wanneer het aantal steken groot is, de steek zich voordoet in mond- of keelholte en wanneer je nog een angel ziet zitten.

Splinterwonden

Een splinter (bij voorbeeld een stukje hout) steekt zichtbaar in de wond.

  • Ontsmet de huid. Let op dat de splinter hierbij niet afbreekt of dieper indringt.
  • Neem een pincet met fijne puntjes en pak het uiteinde van de splinter beet.
  • Prik eventueel met een steriele (of zeer grondig ontsmette) naald onder het uiteinde van de splinter om deze beter zichtbaar te maken.
  • Trek de splinter uit de huid in de richting van zijn as.
  • Ontsmet de wond nogmaals na het verwijderen.
  • Raadpleeg een arts wanneer het uiteinde van de splinter niet goed zichtbaar is, de splinter afbreekt, de splinter uit glas, metaal of tropische houtsoorten bestaat, ontstekingsverschijnselen optreden (zwelling, pijn, roodheid, lokale warmte...) of het slachtoffer niet gevaccineerd is tegen klem (tetanus).

Zonnesteek

Breng het slachtoffer naar een koele plaats. Als er geen bewustzijnsstoornissen zijn laat het slachtoffer water drinken met zout (1 theelepeltje). Waarschuw direct deskundige hulp in als het slachtoffer verward is/raakt of het bewustzijn verliest.